
Foto: Andrea Piacquadio via Pexels.
Wagenziekte kan een lange autorit flink verpesten. Je kunt last krijgen van misselijkheid, duizeligheid, zweten, hoofdpijn of een bleek gezicht. Gelukkig kun je de kans op klachten vaak kleiner maken door je reis goed voor te bereiden en onderweg op een paar dingen te letten. In dit artikel lees je wat te doen bij wagenziekte tijdens een lange autorit, voor jezelf of voor een kind.
Hoe ontstaat wagenziekte
Wagenziekte ontstaat wanneer je ogen en je evenwichtsorgaan verschillende signalen aan je hersenen doorgeven. Je evenwichtsorgaan merkt bijvoorbeeld dat de auto beweegt, terwijl je ogen vooral naar een boek, telefoon of vast punt in de auto kijken. Die verwarring kan leiden tot misselijkheid en andere klachten.
Niet iedereen reageert hetzelfde op autoritten. Sommige mensen hebben vooral last op bochtige wegen, terwijl anderen al klachten krijgen tijdens een korte rit. Ook warmte, een sterke geur, weinig frisse lucht, vermoeidheid en spanning kunnen de klachten erger maken.
Wat te doen bij wagenziekte tijdens een lange autorit
Begin liever met maatregelen die weinig moeite kosten. Een rustige zitplaats, frisse lucht en een lichte maaltijd kunnen al verschil maken. Wacht niet altijd tot je je echt misselijk voelt. Als je de eerste signalen herkent, kun je eerder ingrijpen.
Kies een plek met zo weinig mogelijk beweging
Waar je zit, maakt verschil. Voorin de auto kijken veel mensen gemakkelijker naar de weg. Daardoor sluiten wat je ziet en wat je lichaam voelt beter op elkaar aan. Ga alleen voorin zitten als dat volgens de verkeersregels en je leeftijd veilig is. Jonge kinderen horen in een geschikt kinderzitje op de achterbank.
Op de achterbank kan een plek in het midden helpen als je daar vrij naar voren kunt kijken. Dat is niet in iedere auto mogelijk of toegestaan in combinatie met een kinderzitje. Kies altijd eerst voor een veilige zitplaats en kijk daarna welke plek het rustigst aanvoelt.
Kijk naar de weg en niet naar een scherm
Lezen, gamen en filmpjes kijken maken wagenziekte bij veel mensen erger. Je ogen richten zich dan op iets dat dichtbij en stil lijkt, terwijl je lichaam beweging voelt. Kijk daarom zoveel mogelijk naar de weg of naar een punt in de verte.
Een gesprek voeren of naar rustige muziek luisteren kan een beter alternatief zijn dan lezen. Ook een luisterboek kan prettig zijn, zolang je daar zelf niet duizelig of misselijk van wordt.
Zorg voor frisse lucht
Warmte en benauwde lucht kunnen een misselijk gevoel versterken. Zet, als dat veilig en prettig kan, een raam op een kier of gebruik de ventilatie. Zorg dat de lucht niet rechtstreeks hard in het gezicht blaast als dat oncomfortabel voelt.
Vermijd sterke geuren in de auto. Denk aan zware parfum, rook, sterk ruikend eten of een luchtverfrisser. Een schone en niet te warme auto geeft vaak meer rust tijdens de rit.
Eet licht voor vertrek
Met een lege maag reizen is niet voor iedereen prettig, maar een zware maaltijd vlak voor vertrek kan ook klachten uitlokken. Kies liever voor een lichte maaltijd die je goed verdraagt. Neem onderweg kleine porties en drink regelmatig een paar slokjes water.
Let op met erg vet, sterk gekruid of heel zoet eten als je weet dat je daar tijdens een rit gevoelig op reageert. Er is geen vast voedingsadvies dat voor iedereen werkt. Kijk vooral wat jouw lichaam goed verdraagt.
Neem regelmatig een pauze
Plan bij een lange autorit voldoende rustmomenten. Stap tijdens een pauze uit, loop rustig een stukje en haal adem in de buitenlucht. Even niet in de bewegende auto zitten kan helpen om je evenwicht weer tot rust te laten komen.
Wacht niet altijd tot de klachten hevig zijn. Een stop zodra je bleek wordt, veel gaapt, koud zweet of een lichte misselijkheid voelt, kan prettiger zijn dan doorrijden tot je moet overgeven. Spreek vooraf af dat je altijd kunt aangeven dat je een pauze nodig hebt.
Let op de eerste signalen
Wagenziekte begint niet bij iedereen met overgeven. Mogelijke eerste signalen zijn:
- een wee gevoel in je maag
- duizeligheid of een licht gevoel in je hoofd
- koud zweet of een bleek gezicht
- veel gapen
- hoofdpijn
- meer speeksel in je mond
- een warm of juist rillerig gevoel
Stop als dat veilig kan en neem even rust. Ga rechtop zitten, kijk naar buiten en zorg voor frisse lucht. Een zakje, tissues, water en een extra shirt binnen handbereik maken een onverwachte misselijkheid minder stressvol.
Wagenziekte bij kinderen voorkomen
Kinderen kunnen moeilijker uitleggen wat er aan de hand is. Let daarom op stil worden, bleek zien, gapen, zweten of plotseling huilen. Sommige kinderen zeggen pas iets wanneer ze al erg misselijk zijn.
Maak de rit zo voorspelbaar mogelijk. Vertel wanneer jullie ongeveer pauzeren en houd een tas met praktische spullen bij de hand. Zorg voor water, tissues, vochtige doekjes, een reservebroek of extra shirt en een afsluitbaar zakje. Geef een kind liever geen boek of scherm als je weet dat dit klachten veroorzaakt.
Een rustig spelletje waarbij het kind naar buiten kijkt kan soms beter gaan. Ook luisteren naar een verhaal of muziek is een mogelijke afleiding. Forceer niets. Wat bij het ene kind werkt, kan bij een ander kind juist meer klachten geven.
Helpen middelen tegen wagenziekte
Er bestaan middelen die gebruikt worden bij reisziekte. Vraag voordat je iets gebruikt advies aan je huisarts, apotheek of een andere zorgverlener. Dat is vooral belangrijk bij jonge kinderen, zwangerschap, bepaalde aandoeningen of wanneer je andere medicijnen gebruikt.
Lees altijd de bijsluiter en houd je aan de aanbevolen dosering. Sommige middelen kunnen slaperigheid, een droge mond of andere bijwerkingen geven. Dat is extra belangrijk als je zelf nog moet rijden. Gebruik daarom niet zomaar een middel dat iemand anders heeft meegenomen of eerder heeft gebruikt.
Ook bij middelen zonder recept is advies verstandig. De geschiktheid hangt af van je leeftijd, gezondheid en de duur van de reis. Begin niet op eigen initiatief met een combinatie van verschillende producten.
Wat je beter niet doet onderweg
Een aantal gewoontes kan de kans op klachten vergroten. Probeer daarom het volgende te vermijden:
- lezen of langdurig naar een telefoon kijken
- met een lege maag vertrekken als je daar gevoelig voor bent
- een grote of zware maaltijd vlak voor vertrek
- een warme, benauwde auto
- sterke geuren in de auto
- te lang doorrijden nadat de eerste klachten beginnen
- zelf rijden na het gebruik van een middel dat slaperig kan maken
Ook spanning kan een rol spelen. Als je vooraf al bang bent om misselijk te worden, let je mogelijk extra sterk op ieder lichamelijk signaal. Een rustige planning, voldoende tijd en vaste pauzes kunnen helpen om de rit minder spannend te maken.
Bereid je lange autorit praktisch voor
Een kleine voorbereiding voorkomt veel gedoe. Leg spullen die je mogelijk nodig hebt binnen bereik en niet onder in de bagageruimte. Denk aan:
- water in een goed afsluitbare fles
- lichte snacks die je goed verdraagt
- zakjes voor misselijkheid
- tissues en vochtige doekjes
- een extra shirt of kleding voor kinderen
- een frisse doek
- eventuele medicijnen met de bijsluiter
Plan de route met voldoende rustmomenten. Vertrek niet gehaast en kijk vooraf waar je veilig kunt stoppen. Als je met meerdere mensen reist, spreek dan af dat iedereen klachten meteen meldt. Zo hoeft niemand zich groot te houden.
Wil je ook andere handige spullen voor onderweg verzamelen? In het artikel wat je meeneemt in een reisapotheek voor vakantie vind je extra aandachtspunten voor een goed voorbereide reisapotheek.
Wanneer vraag je medisch advies
Wagenziekte is meestal tijdelijk en verdwijnt wanneer de beweging stopt. Neem wel contact op met een arts als de klachten niet passen bij de autorit, lang blijven aanhouden of steeds vaker optreden zonder duidelijke aanleiding.
Vraag ook advies bij heftig of herhaaldelijk overgeven, tekenen van uitdroging, ernstige hoofdpijn, flauwvallen of andere klachten waar je je zorgen over maakt. Bij kinderen is extra opletten belangrijk, zeker wanneer drinken niet lukt of je kind opvallend suf wordt.
Voor de meeste reizigers begint een prettigere autorit met eenvoudige keuzes: kijk naar buiten, houd het koel en rustig, eet licht en plan op tijd een pauze. Test nieuwe maatregelen bij voorkeur vooraf tijdens een korte rit. Zo weet je beter wat voor jou of je kind werkt voordat je aan een lange reis begint.
